Frans Hesselberth
Het geheim van de maaltijd. De tafel als boodschap en als lot.
De uitnodiging tot de maaltijd.
Hier dan iets meer over de achtergronden van onze pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Bij de voorbereidingen hebben we hier al even bij stil gestaan, maar daar is wel wat meer over te vertellen. Wat is nu eigenlijk een pelgrimstocht (bedevaart)? Dit heeft voor iedereen een andere betekenis, maar het is voor iedere pelgrim onlosmakelijk verbonden met zijn of haar religie in wat voor vorm en waar dan ook, er niet van uitgaande dat het om het leveren van een sportieve prestatie gaat. Zo zijn er in al de grote religieuze stromingen, wel pelgrimages te vinden naar een Heilige plaats. Bij een pelgrimstocht ligt het accent meer op het gaan van de weg, de tocht naar de bestemming. En bij een bedevaart ligt het accent meer op de bestemming, de Heilige plaats. Van oudsher werd de tocht ondernomen als boetedoening voor begane zonden om zo vergeving een "aflaat" te krijgen, een nieuwe start te maken, en dat past voor iedereen, want wie is er zonder zonden? Bij ons gaat het om het onderweg zijn naar Santiago de Compostela en de ontmoetingen onderweg. Ook de ontmoeting met je zelf. Heel je leven staat eigenlijk in het teken van de ontmoetingen op je levensweg, maar vaak wordt je door het alledaagse leven zo opgeslokt dat je er niet aan toekomt om de diepere zin er van te zien. Nu willen wij niet zeggen dat dit dan de enige manier is om dit te doen, maar voor ons is het een manier om zo’n 6 maanden los van alles, niet van iedereen wand die gaan in gedachten met ons mee op deze tocht, door schitterende streken te trekken en te eten van Gods gedekte tafel. Deze tocht is voor ons als het deelnemen aan een maaltijd waarbij je verschillende mensen ontmoet en de belevenissen zijn de spijzen, waar bij de één soms beter smaakt dan de ander, maar alles hoort er bij. Toch leven wij in een maatschappij en je bent min of meer van de andere deelnemers afhankelijk, je luistert naar hen, je kijkt naar hen, je wordt beïnvloed en je kan anderen beïnvloeden. Dit leven met anderen kan je zien als een gemeenschappelijke maaltijd. Men zit om een gedekte tafel en het eten en drinken wordt opgediend. Aan tafel worden over en weer gesprekken gevoerd en er is één, die de tafel voorzit. Hij bundelt in zijn éénheid de veelheid van de deelnemers. Dit beeld van de tafel en de maaltijd is een oud beeld. Het leeft in de mens, hij droomt erover in zijn verborgen nachtzijde, omdat daar de beelden uit zijn wezen opwellen als uit een bron, terwijl hij in zijn dagzijde door zijn denken, zijn causale dwang, de beelden niet zuiver meer kan herkennen. Want de mens weet dat het leven deze maaltijd is, de spijzen en de dranken zijn de ontmoetingen, de ervaringen. De tafel is zijn lot. Het is merkwaardig, dat het Hebreeuwse woord voor tafel, shulchan, als stam het begrip "zenden" heeft. Het eten en drinken in onze stoffelijke wereld komt overeen met de ontmoetingen en ervaringen op ieder willekeurig niveau. Het leven van de mens is nu eenmaal niets anders dan deze maaltijd. Je treedt deze wereld binnen, je gaat aan tafel zitten. Daar staan het brood en de wijn al voor je klaar. Beide zijn zij het einde van een ontwikkeling. Het brood is via vele, vele fasen uit tarwe ontstaan, de wijn is eveneens via vele tussenfasen deze wijn geworden. Wie beiden herkent begrijpt het wonder van de maaltijd. Zo vormen de ontmoetingen een deel van het leven van de mens. Hij ontmoet andere mensen, hij maakt kennis met gedachten, boeken, geluk of leed, gezondheid of ziekte. Hij heeft vreugde en teleurstellingen. Het gesprek aan tafel verklaart de ontmoetingen. Zij zijn niet symbolisch. Het gesprek ontsteekt het licht en door het licht kan men zien. De onderscheiding laat de dualiteit zien. Je moet onderscheiden. Want de levensweg wordt door de onderscheiding geleid. Zo maakt het lichaam van de mens onderscheid tussen wat het opneemt en dat wat het uitscheidt. Hetzelfde gebeurt bij het inademen en het uitademen. Zoals het lichaam onderscheid maakt, maakt de mens ook onderscheid in zijn ontmoetingen en ervaringen. Hij kiest wat hij een deel van zijn leven laat worden en verwerpt wat hij niet wil opnemen. Wat niet opgenomen wordt heeft toch zin, doordat het door de mens werd herkend en uitgebannen. Het was het voertuig dat het blijvende bracht en nu weggaat langs een geheime weg. Maar daardoor werd het zelf ook een deel van het menselijk wezen, en keert het weer naar zijn functie als voertuig terug. Het laat zien dat de zin van het leven niet alleen het zichtbare, is maar ook het onzichtbare. Het gesprek geeft dit inzicht en het gesprek brengt vreugde, omdat men de zin van het onderscheiden leert kennen. De "voorzitter" van de tafel leidt de gesprekken. Hij vertelt en openbaart daarmee de zin van de maaltijd. De "voorzitter" is de éne tegenover de velen die telkens weer aan de maaltijd deelnemen. De éne staat buiten de werkelijkheid van tijd en ruimte. Want de éénheid omvat alles. De velen zijn de maat van tijd en ruimte. Zij komen en gaan, zij veranderen. De éne blijft de éne. De éénheid bevat alle fasen en alle mogelijkheden. In de ontmoetingen in het leven van de mens herkent hij die tafel en hij weet dat het goddelijke ook in hem woont. Hij is immers naar het beeld van God geschapen. Zo herkent de mens door zijn aanwezigheid in de andere werkelijkheid dat hoofd van de tafel. Door hem herkent hij in de ontmoetingen niet alleen het tijdruimtelijke, onderscheidt hij niet alleen mensen, dieren, planten en dingen. Hij onderscheidt ook engelen. Hij onderscheidt de boodschappers van de andere werkelijkheid, van de wonderbaarlijke, a- causale werkelijkheid. En deze boden gaan heen en weer. Zij vertellen van andere werelden, zij verheugen de mens met het beeld van het onmogelijke, zij geven hem daarmee hoop als er causaal niets meer te hopen is, zij geven hem woorden waardoor hij gesprekken kan voeren met de hemel. De gesprekken aan tafel met de andere mensen zijn de tegenpool van de gesprekken met de leider van de tafel en dus de andere kant van de ontmoetingen met de engelen. Je ontmoet bij de maaltijd beiden; mensen en engelen. Pas als dat gebeurt heeft de mens ook de éne, het hoofd van de tafel, de bestuurder van de lotsbeschikkingen herkend. De maaltijd zou zinloos zijn als men deze Ene niet gezien zou hebben. Het leven is leeg en geestdodend zonder de ontmoetingen met engelen. Het is daarom een goed en oud gebruik om de maaltijden met het materiële voedsel altijd direct te zien als een vorm die correspondeert met de maaltijd van het leven. Je gaat aan tafel en aan het eind dank je voor het geschenk van deze dubbele ontmoeting en je staat op en gaat verder met je leven. Maar de grote maaltijd is die met de Messias, als de Leviathan en de shor habor, (de dualiteit van het leven, de paradox) die proberen de andere zijde uit te schakelen, zodat alles op zijn minst causaal te verklaren is, als die twee uiterste oervormen van het leven op tafel liggen en geconsumeerd worden. Dan ervaar je wat de grondslag van het hele bestaan is, dan ervaar je de zin van leven en dood. Dat is de grote vreugde waarvoor deze wereld geschapen werd. Zo zit de rebbe in het Chassidisme voor aan de tafel en zo gaat de heer des huizes voor aan zijn tafel. Zo gaat de man zijn vrouw voor aan tafel. Hij verbindt het onderste, het vatbare, zware, trage, met het hoogste, het onzichtbare, het verborgene. Hij verbindt het causale met het a-causale, het tijdruimtelijke met het eeuwige, het meetbare met het onmeetbare. Bij de maaltijd leer je het geheim van het zichtbare kennen; je ervaart de mysterieuze betekenis van het handelen, van het doen. De ontmoeting met mensen en engelen is tegelijkertijd de ontmoeting met het mysterie van het doen. Zo kon ik op de vraag of de mens nog een toekomst heeft, alleen antwoorden met het verhaal hoe het mij bij de maaltijd verging, hoe ik engelen en mensen ontmoette. En ik kan alleen zeggen: "Gaan jullie toch ook aan tafel zitten en kijk zelf!" Ik nodig de lezers uit om aan deze maaltijd deel te nemen. Het is een oud joods gebruik om bij de maaltijd van de verlossing uit de dwang en bij het binnentreden in de vrijheid iedereen uit te nodigen en de deur voor de gasten wijd open te zetten. En te roepen: "Ieder die honger heeft, kom en eet, ieder die in nood verkeert, kom binnen en beleef het wonder van de uitverkiezing." In de tekst staat "Pascha". Het woord pascha betekent dat je uitverkoren bent, omdat je het lam in je woning, in je leven hebt, het hele lam. Niet de norm geldt, niet het causale, niet het berekenbare, maar juist het verrassende, het verlossende, het bevrijdende. Op deze manier zou ik ook het verhaal over mijn jeugdjaren willen bekijken. Ik kan alleen maar zeggen dat je alles moet vermijden wat afleidt van deze maaltijd, alles wat éénzijdig is, betweterig, of wat dwang oplegt. Alles, wat andere mensen uitsluit, alles wat tot hoogmoed en minderwaardigheidsgevoelens leidt. Dat heb ik in het boekje "Heeft de mens nog een toekomst?" beschreven. Van de weg die men af en toe kan volgen, zou ik alleen kunnen zeggen: "Kom, ga ook aan tafel zitten. Hier kunnen wij met elkaar praten. Onder het genot van dat wat de wereld ons biedt. Tast toe, leg jezelf geen dwang op, eet en drink. De wijn maakt het hart van de mens blij. Maar laten we met elkaar praten bij deze maaltijd. Woorden uit de Thora, zoals de joden, die er nog van weten, deze kennen. En herken vooral deze heer van de tafel. Alleen als je hem herkent en uit zijn hand de spijzen en de beker ontvangt, zal je weten wat geluk en vreugde is. Dan zul je geen neerslachtigheid meer kennen, geen schuldgevoelens of angst; dan zul je geen nachtmerries meer hebben, maar vrij zijn en in deze vrijheid de melodieën van het opstijgen horen, zij zullen vanzelf in je opwellen." Iedereen zal dan inzien dat hij nog een mooie toekomst voor zich heeft. Ieder op zijn eigen plaats. Want ieder heeft zijn plaats aan tafel en de rebbe, het hoofd van de tafel, houdt van iedereen evenveel. Zo moet iedereen trouw blijven aan zijn voor hem zelf geheimzinnige afkomst. Vanaf zijn plaats, die de Heer hem gegeven heeft, moet hij luisteren, eten en drinken en aan de gesprekken deelnemen. Want iedereen heeft bij deze maaltijd iets te zeggen. Ik hoop dat men nu begrijpt waarom ik geen patentoplossing kan bieden en waarom ik dat ook niet wil. Ik zou het vreselijk vinden. Ik heb de mensen te lief om ze op welke manier dan ook ergens toe te willen dwingen. De maaltijd is de maaltijd van de vrijheid. Ieder moet zelf zijn adel, zijn afkomst en zijn verbinding met beide realiteiten, de wereld van het zichtbare en de wereld van het verborgene, beseffen. Dan heeft de mens een toekomst, een mooie, een grootse. Dan zal hij trots en gelukkig zijn, omdat hij in deze wereld en in deze tijd leeft. Zürich, 15 augustus  1973                                        Friedrich  Weinreb  
Santiago de Compostela